JC Shibam
Dorpsstraat 38d
8470 Snaaskerke
mail
© 2006
Crew Login

 
Biografie.

Deel: 1 | 2 | 3 | 4 | 5

Deel 1: Het Prille Begin.

In tegenstelling tot wat de bijbel zegt, schiep God niet het heelal uit goedheid, hij schiep het heelal om miljoenen jaren later trots te kunnen neerkijken op Snaaskerke. Na de Big bang was er een hele tijd niets. Toen begonnen sommige eencelligen zich te ontwikkelen en werden na vele jaren vissen. In die tijd, het vissoliticum, lag Snaaskerke nog onder water, en was een van de meest geliefde plaatsen waar de vissen zich onledig hielden met zwemmen. Toen de zee begon weg te trekken richting waar nu Oostende ligt, wilden deze vissen niet scheiden van hun favoriete stekje, dus besloten ze met unanimiteit van stemmen om pootjes te laten groeien. Ze noemden zichzelf amfibie.

Volgens evolutiewetenschapper Charles Darwin kwam dit fenomeen eerst voor ter hoogte van de Snaaskerkse territoriale wateren, andere vissen in de wereld keken dit voorbeeld later af. Deze amfibieën ontwikkelden zich dan enkele miljoenen jaren lang verder in alle soorten van verschillende wezens: reptielen, vogels, zoogdieren, …
Maken we nu voor het gemak een sprong in de tijd, en we spitsen ons toe op het ontstaan van intelligent leven. Heel de aardkluit was ondertussen bezaaid met aapachtige wezens, die niets anders deden dan wat apen heden ten dage nog plachten te doen: niets.

De Snaaskerkse primitieven, zoals ze later door professor Friedrich Mofrikans genoemd werden, hadden echter een stapje voor op de andere primitieven. Zij ontdekten als eersten het vuur, na een inslag van de bliksem in een boom op een plaats die men nu gesitueerd heeft als achter de toog in JC Shibam, slaagden deze eerste mensen erin om het vuur brandende te houden, simpelweg door er hout op te smijten.
Na deze revolutionaire ontdekking duurde het niet lang of ze hadden al het warm water en de beginselen van groetensoep uitgevonden. Andere aapjes, die men in de rest van de wereld kan situeren, waren natuurlijk stikjaloers op deze Snaaskerkse apen. Na enkele invallen van vijandige apenstammen, die met succes werden afgeweerd, werden de Snaaskerkse primitieven het overheersende ras. Zij evolueerden zich natuurlijk later in de Neanderthaler en nog later in de homo sapiens, de eerste echte mens.

Hiermee is opnieuw met wetenschappelijke zekerheid aangetoond dat Snaaskerke de bakermat van de beschaving is.

 
Deel 2: De Oude Tijden.

Als men de geschiedenis van een rijk en machtig volk als de Snaaskerkenaren wil vertellen, mag men geen afbreuk doen aan de verwezenlijkingen van andere volkeren. Dit gaan wij hier dus ook niet doen.

De Egyptenaren waren eveneens een machtig volk, en hun prestaties werden met ontzag bekeken vanuit Snaaskerkse gelederen. Ook de Grieken, het Chinese Keizerrijk en de gebieden van Alexander de Grote werden met respect bekeken. De Snaaskerkers wisten dat zij hier niet aan konden tippen, en spitsten zich dan maar toe op het Romeinse Rijk.

Op het moment dat onze jaartelling begint, was Snaaskerke een dorp met een zelfde reputatie als het dorpje van Asterix en Obelix, beide dorpen wisselden dan natuurlijk ook al vlug wapens, vrouwen en andere goederen uit. In het relaas van Julius Caesar, hier minachtend Juul Sesar genoemd, kunnen we het volgende lezen: “Van alle Galliërs zijn de Belgen het dapperst, van alle Belgen zijn die Snaaskerkenaren dan nog de dapperste ook.” Deze beroemde zin, waar sommige mensen uit jaloezie de laatste regel meestal weglaten, maakte de uitstraling van onze contreien nog groter. In het archief van Snaaskerke is een bewijs teruggevonden dat ook Caesar de beroemde boom van het vuur bezocht heeft.

Zoals eerder verteld stond deze boom waar zich nu de Shibam bevindt. Het bewijs bestaat uit versteende uitwerpselen die het keizerlijke zegel van Juul dragen. Naar het schijnt heeft hij, na het doen van zijn behoefte, de volgende woorden gesproken: “op deze plaats zullen ooit nog de grootste krijgers aller tijden geboren worden.” Zoals we later zullen aantonen, had Juul veel verstand van de toekomst voorspellen. Nadat Juul vermoord werd door enkele laffe niet-Snaaskerkenaren, begon het Romeinse Rijk wat te slabakken.

Rond die tijd sloten de dorpsoudsten van Snaaskerke een militair pact met koning Norbert Man, de koning van de Noormannen. Samen zouden ze die dekselse Italianen uit hun gebieden verdrijven. Zo gezegd, zo gedaan, en enkele eeuwen later was het al zover. De grote beschaving van de Romeinen kwam aan zijn einde toen een woeste bende Snazen, in samenwerking met een al even woeste bende Noormannen, het grote Rome leegplunderde. Nadat ze het grote Romeinse rijk tot zijn ondergang hadden gebracht, was er voor de meeste Snaaskerkse mannen niet veel meer te doen, de oorlog was voorbij, de wonden werden wat gelikt. Dit laatste gebeurde volgens de traditie wel door vrouwelijke Snazen, wat het er natuurlijk een stukje aangenamer op maakte.

Toen alle krijgers terug thuis waren, begon de verveling toe te slaan. De toenmalige Koning Maez Pilz de Tweede kwam toentertijd op een lumineus idee: ze zouden zich toeleggen op de internationale vrouwenhandel. Men moet in het achterhoofd houden dat dit in die tijden volstrekt legaal was, en de meeste culturele topvolkeren wel een paar vrouwenhandelaars in hun midden hadden. Zo gezegd zo gedaan, en men begon vol overgave aan het handelen in exotisch vlees.
Deze nieuwe economische opstoot bracht ongekende rijkdommen in handen van de Snaaskerkse ondernemers. Rijk en zeer wel voorzien van vrouwelijk schoon uit achterlijke, zandrijke gebieden, heden ten dage het midden- en verre-oosten genaamd, rolde de Snaaskerkse bevolking de middeleeuwen binnen.

 
Deel 3: De Middeleeuwen.

Nu konden de Snazen zich wat gaan bezighouden met de landbouw, kindjes opkweken en bekers alcoholische dranken tot zich nemen. Snaaskerke groeide in de 9e eeuw uit tot het dorp met de meeste café’s per inwoner: per inwoner waren er twee café’s.
In het begin leidde deze situatie tot enkele extreem lege café’s, maar dit duurde niet langer dan enkele maanden. Op een dag reed keizer Karel door onze landerijen met een verschrikkelijk droge mond. Hij zag in de verte Snaaskerke liggen en zegde tegen zijn jachtgezelschap: “geachte hovelingen, daar ga ik mij een pint drinken!” Hij kwam aan ter hoogte van de boom van het vuur, die nu ongeveer 4 miljoen jaar oud was, en de eerste sporen van wildplassen begon te dragen. Daar bond hij zijn witte hengst aan, en ging het eerste het beste café binnen. Dit café heette: “Bij Shie en Bamme”, dit waren de namen van de eigenaars, echte Snazen in hart en lever. Goede verstaanders onder jullie zullen wel al doorhebben dat dit de middeleeuwse versie van de Shibam was.

Karel had in den tijd al eens een kroeg bezocht, en daar hadden ze een hele zever gemaakt over hoeveel oren er aan zijn drinkbeker moesten hangen, het werden er uiteindelijk drie. Hopend op een andere aanpak stapte hij de gelagzaal binnen. Wat hij daar zag heeft hem diep geraakt. Een tiental Snazen was daar tussen het zuipen door aan het werken aan een schaalmodel van de eerste raket om naar de zon te vliegen. Diep onder de indruk van al die wijsheid vroeg hij zich een Snaaskerks biertje. Shie en Bamme hadden echter geen bekers meer, en nog minder goesting om er oren bij te zetten, dus duwden ze Karel met zijn bakkes onder de tap en draaiden de kraan open. Volledig verbouwereerd zoop Keizer Karel het volledige vat uit, tot groot jolijt van de aanwezige Snazen. Toen hij drie dagen daarna weer nuchter was, riep hij Snaaskerke uit tot het Keizerlijke bierdorp.

Vanaf dat moment was de toeloop van tooghangers en middeleeuwse zuipschuiten niet meer te stoppen. De economie draaide goed, en de Snazen waren gelukkig. Deze situatie duurde nog jaren na de dood van Karel verder, en de Snazen waren gelukkig. Tot op een gegeven moment rond het jaar 1000, de toenmalige burgervader van Snaaskerke, Graaf Bambam, nazaat van Shie en Bamme, uitgenodigd werd voor een receptie in het naburige dorp Gistella. Hij had daar volledig geen goesting voor, maar zijn wijf drong erop aan, dus hij plooide naar haar wil. Graaf Bambam zadelde zijn ros en vertrok naar het burchtje van Gistella. De receptie verliep redelijk vlot, maar Graaf Bambam begon het op zijn zenuwen te krijgen van al die idiote klap die daar verkondigd werd. Dus zette hij het op een zuipen. Na een twintigtal halve liters bier begon Bambam al wat aangeschoten te geraken, en hij ging naar buiten om een luchtje te scheppen. Opeens kwam er een vrouwmens naar hem toe dat zichzelf voorstelde als Godelieve van Gistella. Uit beleefdheid groette hij haar, maar wat hij niet verwachtte was dat die Godelieve daar een gezaag zou beginnen afsteken! Amaai dat mens kon serieus doorzagen, dacht Bambam, en hij zei haar haar bek te houden. Toen deze aanmaning niet hielp, wendde hij zich tot haar met de wijze woorden: “wijf, hou uw bek, of ik sla hem toe.” Toen Godelieve echter niet ophield met zagen, vond de graaf dat het welletjes was geweest. Hij rolde zijn spieren, pakte haar bij de kraag en wierp haar in de dichtstbijzijnde waterput. Dit gedaan hebbend, nam hij zijn ros en reed huiswaarts, om wat slaap in te halen in zijn bedstee. Enkele jaren later hoorde hij van een rondreizende troubadour dat er in Gistel een mirakel was gebeurd, hij had er echter zijn eigen gedacht over. Zo kabbelde het leven rustig voort.

Op een dag kwam er een bericht van hun West-Vlaamse opperkoning dat opriep tot de kruistochten. In een vorig hoofdstuk hebben we al gezien dat de Snazen redelijk goed de baan kenden in die contreien, als gevolg van hun vrouwenhandeltje. Ze besloten dat ze al lang genoeg oorlogloos waren, en trokken er met zo’n 100 strijdbare kerels op uit om de paus van Rome te helpen met het verdrijven van de muzelmaanse invasie. Ze trokken goedgemutst door de Europese velden en bereikten weldra het Ottomaanse Rijk, tegenwoordig beter bekend als het zonnige oord Turkije.

Daar aangekomen stortte zich een bende woest uitziende islamterroristen, met kromzwaard in de hand, op de Snaaskerkse delegatie. Van geen kleintje vervaard hakten onze voorvaderen al deze aanvallers vakkundig in de pan. Dit ritueel herhaalde zich nog enkele malen eer de Snazen de heilige stad Jeroezalim bereikten. Ter plaatse ontdekten de Snaaskerkse strijders dat daar geen enkele vorm van ontspanning bestond, en stichtten onmiddellijk een zandversie van de Shibam. (dit is na te kijken op internet, gewoon “shibam” typen in google en de fotootjes rollen over uw scherm, Shibam Yemen vb:http://home.hccnet.nl/h.j.brands/Yemen_Shibam.htm
Na een tijdje begonnen de mannen Snaaskerke te missen en ze vatten dus maar de terugweg aan. Na nog zo’n 3000 terroristen in tot mootjes gehakt te hebben bereikten ze Snaaskerke. In onze gebieden staken toen al de eerste tekenen van de Renaissance de kop op.

 
Deel 4: De Renaissance.

Het is ondertussen alom bekend dat de renaissance niet begon in Italië of in een andere plaats, maar wel in Snaaskerke. Vele geschiedkundige werken hebben dit ondertussen bewezen. Toen de Snaaskerkenaren op het einde van de middeleeuwen wat waren uitgekeken op het achterlijke gedrag van de rest van Europa, besloten zij op een algemene vergadering eens met de renaissance te beginnen. Men moet weten dat gans Europa op dat moment in de duistere middeleeuwen gehuld was, met donkere burchten, stevige omwallingen, iedere vierhonderd meter een andere koning of prins, en de almacht van de kerk was enorm. Niet in Snaaskerke. Snaaskerke blonk uit in het niet omwald zijn, er was geen enkele wal te bespeuren.

Snaaskerke was ook de koploper op vlak van het ondergeschikt maken van de burchten, ze hadden er immers geen. Het probleem van naburige rijken was ook niet zo groot, want in de eerste 30 kilometer was geen enkele koning die naam waardig te bespeuren, ze beefden van angst als ze maar aan Snaaskerke dachten. De eerste naburige koning die wat respect verdiende was heerser over Brugge, die viel wel mee volgens de Snaaskerkenaren, want hij had veel bootjes en jachten om eens een stevige “zuippartij op water” te organiseren. Tot zover deze algemene situatieschets. De Snazen hadden al lang in het snotje dat er iets moest veranderen aan de stijl van het leven, en ook de domheid van de andere mensen was tegen de borst stotend. Dus besloten ze maar wat te gaan renaissancen. Een eerste maatregel was het oprichten van de eerste universiteit van Europa, de Hooge Skool van Snaeze, waar voor het eerst vakken als wiskunde, sterrenkunde, geneeskunde, alchemie, fysica en bewegingsleer, literatuur en rechtspraakkunde gegeven werden. Deze poging om hun kennis te delen met alle andere volkeren stootte eerst op groot protest van mijnheer de Paus. Die wilde maar 1 boek zien in Europa, namelijk de bijbel. Na wat gelobby door enkele Snaaskerkse hoogwaardigheidsbekleders mochten ze toch doorgaan met hun universiteit, op voorwaarde dat de paus ieder jaar 400 vaten Snaaskerkse Pilsener ontving. Met een productie die hoog genoeg lag om de halve bevolking van de toenmalige wereld te bevoorraden was dit natuurlijk geen enkel probleem. De Universiteit trok nieuwsgierige en leergierige jonge mannen uit heinde en verre aan, en weldra werd onze stad overspoeld met de topklasse van de westerse jeugd. Deze werden hier opgeleid en na het vervolmaken van hun cursussen trokken zij terug naar hun geboorteland om daar ook universiteiten op te richten. Zo is alweer bewezen dat Snaaskerke ook de bron van alle kennis is.

Daarnaast werd ook de kunst niet vergeten. Men stapte af van de zware barok en bouwde huizen en kerken in vernieuwende, lichtere en mooiere stijlen. Ook dit voorbeeld werd weldra geïmiteerd door zowat de hele West-Europese bevolking. Een andere wereldbekende uitvinding kan men ook toeschrijven aan de Snaaskerkse geleerden. Het buskruit. Toen ze op een keer in China waren om wat schoon vrouwvolk op te pikken, zagen enkele Snazen een chinees vuurwerk afsteken. Direct de mogelijkheden van dit product inziende kochten zij de rechten op het buskruit op. Eens terug thuis gekomen bogen enkele van de grootste Snaaskerkse geleerden zich over het goedje. Ze ontdekten dat je daar, naast vuurwerk, ook andere projectielen mee kon afvuren. Het vuurwapen was geboren. Men begon zich te bewapenen met donderbussen en dergelijke, en niet zolang daarna had de wereld er een dodelijk product bij. Men kon elkaar nu vermoorden zonder fysiek contact, de wonderen waren de wereld nog niet uit! Op het zelfde moment was er op een afgelegen hoeve op de Snaaskerkse buiten iemand bezig met wat hij noemde “geniale uitvindingen”. Dat waren ze natuurlijk ook, want als Leo iets zei, dan klopte dit ook als een bus. Leo was de roepnaam van Leonaar De Vinse, iemand die gerust beschouwd kan worden als een de geniaalste figuren die ooit geleefd hebben. Zo vond hij 200 jaar voor ze zouden gebouwd worden onder andere de helikopter, de tank en de duikboot uit. Jammer genoeg moesten de Snaezen nog 200 jaar wachten tot de rest van de wereld zo ver gevorderd was om Leo's plannen tot uitvoering te brengen. Voorlopen op de rest van de wereld heeft ook zijn negetieve kanten.

Na de hele beschaafde, of toch min of meer beschaafde, wereld uit de duistere middeleeuwen te hebben getild, het algemeen niveau van de mensheid te hebben opgekrikt en enkele belangrijke bijdragen te hebben geleverd op het vlak van de wetenschap, kende Snaaskerke terug enkele jaren van zaligmakende rust, die gekend staan in de Snaaskerkse archieven als “de vees te rustige achtienste eeuwe”.

 
Deel 5: Van de Industriële revolutie tot heden ten dage.

In 1800 en zoveel deed een beroemde Snaas, Steven Son, een paar geniale ontdekkingen. Hij vond geheel op zijn eigen enkele wereldschokkende dingen uit. Dit waren: de elektriciteit, de gloeilamp, de telegraaf, en belangrijkst: de stoommachine. Deze uitvinding zou de wereld volledig gaan veranderen. Niets bleef bij het oude, alles ging plots sneller en gemakkelijker. De Snaaskerkse uitvindingen veroverden met een ongekende snelheid de westerse wereld. Aan de andere kant van de grote oceaan gaf dit zelfs reden tot het ontstaan van een land dat men daar de Verenigde Staten noemde, maar waar de verstandige Snaas al eeuwen “the land of idiots and assholes” tegen zegt. De uitvindingen werden wereldwijd gekopieerd, en zodoende kan men nogmaals stellen dat zonder de Snaaskerkenaren de wereld er heel wat slechter aan toe geweest zou zijn. Ook in de eigen regionen industrialiseerde men snel en met groot succes.

Er ontstond een bloeiende steenbakkernijverheid die de levensstandaard van de Snaaskerkenaars naar ongekende hoogten katapulteerde. De Snazen werden wereldwijd bekend voor hun superieure levenswijze, hun onovertroffen intelligentie en hun extreme rijkdom. Door deze fenomenale economische groei werden wij natuurlijk een doorn in het oog van het imperialistische Duitsland van Bismarck en Keizer Willem. Zij wilden Snaaskerke koste wat het kost bij hun rijk voegen. Maar zoals we eerder gezien hebben is een van de eigenschappen van Snazen dat ze erg op hun onafhankelijkheid staan. Na succesvol de aanvallen van onze vijanden uit het oosten afgeslagen te hebben, kwam deze fase uit het Snaaskerks bestaan wereldwijd bekend onder de naam “de grote oorlog”, ook wel wereldoorlog één genoemd. Opnieuw kwam een fase van grote bloei, en de bevolking bereikte weldra het gigantische getal van 700 inwoners. Door dit onverhoopt succes liet ene A. Hitler, snordrager van het jaar '33, van de multinational Dritte Reich incorporated zich verleiden om een vijandelijke overname te organiseren. Dit was natuurlijk buiten de waard gerekend. De felle strijders van de Snazi-Divisie, verstrekt met enkele eenheden huurlingen uit achterlijke gebieden, verdedigden hun huis en haard met ongekende felheid, en de heer Hitler moest zich terugpooien naar zijn basis in het Duitse hooggebergte. Deze opeenvolgende successen gaven de Snaaskerkenaars een groot vertouwen in de toekomst. De bevolking groeide dan ook gestaag door naar een kleine 1000 individuen. Onze metropool werd de uitvalsbasis van hardwerkende specialisten die hun diensten aanboden aan de hoogst biedende werkgever uit de streek. Snaaskerke werd een rustige, veilige uitvalsbasis voor Vlaanderens meest geleerde wetenschappers.

Gedurende de jaren '50 en '60 kabbelde het leven rustig voort. Snaaskerke was tot dan toe altijd een onafhankelijke stad geweest met een eigen bestuur, postkantoor en alle andere diensten die men maar kan indenken. De leiders werden er democratisch uit het volk verkozen, en misbruikten hun macht nooit. De leiders gebruikten de meest recente managementtechnieken om hun stad tot ongekend peil te brengen. Zelfs de vijandige gedragingen van buurdorpje Gistel werden succesvol afgehouden, althans voorlopig. Dit woord, voorlopig, duidt namelijk op de laffe manier waarop de minister in de jaren '70 een einde maakte aan de onafhankelijkheid van Snaaskerke. Net zoals vele lotgenoten waren wij het slachtoffer van de gemeentehervorming, waardoor wij ondergeschikten werden aan de Heren van Gistel. Ironisch genoeg was dit de druppel die de emmer deed overlopen. Graaf Bambam had in den tijd Godelieve nog in de waterput gesmeten, en gezegd dat nooit of te nimmer een Gistelnaar op zijn grond zou komen. Het lot besliste daar echter helemaal anders over. Alle verwezenlijkingen van de Snaaskerkenaren gedurende de laatste 5 miljoen jaar werden op naam van Gistel gezet, diefstal van de ergste soort. Zo probeerden de Gistelnaars de roem en onafhankelijkheid van Snaaskerke te doen vergeten. Ook de zo bekende boom van het vuur, waar het vuur werd uitgevonden, werd door de gemeentelijke slavenarbeiders weggekapt.

De geschiedenis werd stapje bij stapje uitgewist, tot op een bepaald moment de Snazen in opstand kwamen. Enkele jongeren, vol van ambitie, dit is namelijk een genetische eigenschap van de Snazen, stichtten een van de eerste jeugdclubs in Vlaanderen. Ze noemden het Shibam. Wie niet weet wat dit betekent, kan het altijd opzoeken, maar goede lezers weten dat dit van Shie en Bamme komt, de guitige caféuitbaters ten tijde van Keizer Karel. De Shibam is op gericht eind de jaren '60, maar niemand weet precies wanneer. De enen zeggen ‘68, anderen houden vol dat het eerder '70 was, nog anderen ijveren voor ‘73. Alcohol tastte blijkbaar toen ook al de hersenen aan. Feit is wel dat we dus al zeker dertig jaar op aarde zijn, en vastberaden zijn er een koninklijke jeugdclub van te maken, voor de goede verstaanders wil dit zeggen 50 jaar bestaan. Shibam is een product van Snaaskerkenaars die een lumineus idee kregen om een toog te installeren, een plaatje te draaien en enkele jongeren zich te laten bezatten zonder dat moeder de vrouw ze zag. Zo begon een van de grootste succesverhalen uit de hedendaagse tijd. De eerste voorzitters waren voorlopers van Bill Gates, Lernaut en Hospie, en andere hedendaagse iconen. Vele concurrenten kwamen, zagen, en vertrokken naar verre oorden. Dit is nog steeds het geval, en de Shibam is nog steeds een begrip in vele huiskamers. Op dit moment bestaan wij nog steeds, volgen de voetstappen van onze voorgangers, en proberen iedere bezoeker een fijne tijd te geven in deze wereld vol geweld, terrorisme en oorlog. Zoals reeds vermeld is Snaaskerke immuun voor deze dreigingen, en daarom komen vele jongeren zich eens lekker ontspannen in onze lokalen.

Tot zover dit relaas, dat geschreven werd om zo goed mogelijk de feiten weer te geven van wat gebeurd is, en iedereen wil aansporen om eens een voet, meer mag ook, binnen te zetten in onze jeugdclub.

 
PIER.
 
  home jc shibam kalender crew contact pics links  
 
algemeen lid worden? biografie vrijwilliger bday